Railion, hoofdsponsor van dit project. Stichting Museum Materieel Railion Railion, hoofdsponsor van dit project.
 

Welkom op de website van de
Stichting Museum Materieel Railion

De eerste 2200'n

In 1954 werd bij het Franse bedrijf Alsthom een serie standaardmachines besteld. Deze, als 2400 serie in dienst te nemen, loc's waren destijds snel te leveren. Bij de Heemaf (Hengelose Eerste Elektrische en Mechanische Apparaten Fabriek) werd, onder leiding van de toenmalige president directeur ir. F.Q. den Hollander, tegelijkertijd een bestelling geplaatst van honderd dieselelektrische locomotieven naar Amerikaans ontwerp. Dit zou de laatste locomotiefserie worden die door puur Nederlandse bedrijven werd gebouwd.

Logo van het consortium.

Allan (voluit de Rotterdamse Fabriek voor Spoor- en Tramwegmaterieel Allan) nam de bouw van het frame, het mechanische gedeelte en de draaistellen voor zijn rekening. Deze locomotieven, een ontwerp van de Baldwin Lima Hamilton Corporation, zijn de enige die ooit gebouwd zijn in deze Rotterdamse fabriek. De Koninklijke Machine Fabriek Stork en Co. leverde de dieselmotor.

Foto links: Monteren der locomotieven in de montagehal van Allan. Rechts: De Stork Superior dieselmotor met generator op het locomotief frame.

In het originele ontwerp bevond zich een twaalfcilinder in lijn motor. De NS vond deze echter te duur, waardoor een achtcilinder lijn motor in het ontwerp werd opgenomen. De achtcilinder in lijn werd door Stork in licentie gebouwd volgens een ontwerp van de National Supply Company, Superior Division. Derhalve werd op de motor zowel de naam Stork als Superior meegegoten.

Elektrische- en Dieselelektrische tractie vervangen stoomlocomotieven.

Zoals vermeld fungeerde Heemaf in het geheel als hoofdaannemer en deze nam de elektrische installatie, zoals generatoren en tractiemotoren, voor haar rekening. Westinghouse Electric Corporation ontwierp overigens de door Heemaf gebouwde installatie. De beide bedrijven onderhielden er al jarenlang een goede relatie op na. Het was dus helemaal niet zo verwonderlijk dat deze order aan Heemaf werd gegund. Ten eerst had het bedrijf reeds vele elektrische motoren aan de NS geleverd. Daarnaast was de locomotiefserie 1200 door hetzelfde consortium van Amerikaanse en Nederlandse bedrijven voor de NS gebouwd. Dat men trots was op de vooruitstrevende doelstellingen blijkt uit één van de reclameslogans die Heemaf er in deze tijd op na hield... 'Nederland ging voor!'

Een 'weetje' op dit gebied: Van de locomotiefserie 1200, die net als de 2200 een locomotief naar Amerikaans ontwerp was, werd het casco door Werkspoor en niet door Allan gebouwd, want Amerikaanse bedrijven zochten, middels het in licentie laten bouwen van locomotieven, in Europa verschillende zakelijke partners. De Amerikaanse invloeden zijn op verschillende manieren in de 2200'n terug te vinden. Naast het robuuste uiterlijk is de genoemde invloed met name terug te vinden in het loopwerk. Draaistellen met draagjukken in deze karakteristieke vorm worden Pennsylvania-draaistellen genoemd.

Monteren van een tractiemotor in een Pennsylvania-draaistel.

Kort voor de aflevering van de eerste 2200 werd de roodbruine kleur, met een zandgele bies langs de beide zijden, voor goederenmaterieel ingevoerd. Aan de cabinezijde loopt de zandgele bies uit in een enkele V-vorm; de snor. Op het voorste deel van de motorhuif werd de bies dubbel uitgevoerd, deze dubbele bies liep aan de voorzijde uit in een dubbele V-vorm; de dubbele snor. De nieuwe locomotieven verschenen op de baan als de serie 2201 - 2300, waarbij de individuele nummers te vinden waren op o.a. het ovale nummerbord aan beide zijden van de cabine. In tegenstelling tot het ovale nummerbord van de serie 2400, werd deze nummerplaat niet in aluminium, maar in messing uitgevoerd. Daarnaast werd op beide neuzen de beroemde, eveneens van messing vervaardigde, vleugel gemonteerd. In deze vleugel was naast het nummer ook het logo van de Nederlandse Spoorwegen verwerkt. De eerste serie werd tussen 1955 en 1958 geleverd en in dienst gesteld. In januari 1955 werd er al een vervolgorder voor vijftig, identieke, locomotieven afgegeven. Vanwege de tijdsdruk en de ontoereikende capaciteit van de Nederlandse fabrieken rolden de nieuw bestelde loc's niet uit de fabriek van Allan. Ze werden aan een Franse firma gegund.

Gedeelte van de werktekening voor de vleugel.

De vervolgserie 2301-2350 werd compleet in licentie gebouwd door het Franse bedrijf Société des Forges et Ateliers du Creusot/Usines Schneider te Lyon. Afgezien van de laatste 10 locomotieven, die evenals de eerste serie een Stork Superior dieselmotor kregen, werd ook de dieselmotor door hen gebouwd. Heemaf heeft als enige alle locomotieven van de serie, dus zowel de eerste als de vervolgserie, voorzien van generatoren en tractiemotoren.
De nummerschilden van de in Frankrijk geproduceerde locomotieven weken, voor wat betreft het lettertype, enigszins af van de volledig in Nederland geproduceerde locomotieven. De aflevering van de vervolgserie startte eind 1956, ruim een jaar na de aflevering van de 2201 als eerste machine van de serie. In 1958 werden zowel de 2300, als laatste door Allan gebouwd, als de 2350 door de Nederlandse Spoorwegen in gebruik genomen.

De constructie in detail

Terug naar de inhoudsopgave